“En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen.” Gen. 1:281
Introductie
Als we het over de kwestie van dieren eten hebben in christelijke kringen dan is dit vaak één van de verzen die terugkomt. We hebben immers de heerschappij gekregen over de dieren? Dus hebben we alle recht om met ze te doen wat we willen.
Toch zal het moeilijk zijn om een christen te vinden die deze logica doortrekt. We denken allemaal dat het verkeerd is om bijvoorbeeld een hond of kat te schoppen als we er langslopen, om puppy’s te verdrinken omdat we er geen ander huis voor hebben kunnen/willen vinden, of om dieren op allerlei andere manieren te misbruiken.
Het is dus eigenlijk voor iedereen duidelijk dat de heerschappij die we gekregen hebben niet absoluut is, en dat er wel degelijk grenzen zijn aan wat acceptabel is om met een dier te doen.
Context
Maar vaak staan we niet stil, als we dit argument gebruiken, in welk context dit eigenlijk staat. Want al in het volgende vers lezen we:
“En God zei: Zie Ik geef u al het zaaddragende gewas dat op heel de aarde is, en alle bomen waaraan zaaddragende boomvruchten zijn; dat zal u tot voedsel dienen.” Genesis 1:29
Het klopt dus dat we heerschappij hebben gekregen over de dieren, maar dit staat in de tekst volkomen los van het eten van dieren, het tegenovergestelde lijkt eerder het geval.
Dit roept de vraag op: wat betekent het dan wel?
Ten eerste is het denk ik goed om Genesis 1 vers 30 ook te lezen, want daar zien we een eerste verduidelijking van wat deze verantwoordelijkheid in de praktijk betekent
Genoeg voor mens en dier
“Maar aan al de dieren van de aarde, aan alle vogels in de lucht en aan al wat over de aarde kruipt, waarin leven is, heb Ik al het groene gewas tot voedsel gegeven. En het was zo.” Genesis 1 :30
De verzen 29 en 30 samen geven het beeld dat er geen competitie moet zijn tussen dier en mens om voedsel. Beide krijg een deel toebedeeld waardoor er voor beide genoeg moet zijn. We kunnen dit dus zien als een deel van onze opdracht. Binnen de perken blijven en zorgen dat er ook genoeg voor de dieren is, en hier worden natuurlijk niet alleen de dieren bedoeld de we houden, maar alle dieren, en juist en vooral de wilde dieren. Dit betekent dat we een verantwoordelijk landbeheer moeten hebben, dat de leefgebieden en voedselbronnen van dieren respecteert en hen genoeg ruimte geeft om zich te voeden en rond te bewegen.
Dit zien we ook in een tweede vers dat van belang is in dit context, Genesis 2:15.
Bewerken en onderhouden
“De HEERE God nam de mens, en zette hem in de hof van Eden, om die te bewerken, en te onderhouden.” Genesis 2:15
Het hof moest bewerkt en onderhouden worden. Waarom? Deels om te zorgen voor deze ruimte en balans zodat mens en dier zich ten volle zouden kunnen ontplooien. De potentiëlen van de schepping moesten ontdekt worden en op een goede manier gebruikt worden om de Schepper te prijzen. Dit zien we bijvoorbeeld terug in vers 11 en 12 waar staat waar goud gevonden kon worden, dat het goed goud was en welke andere edelstenen er waren. Het ging dus veel verder dan alleen met de heggenschaar wat wildgroei tegen te gaan.
Dat zien we ook als we weer een aantal verzen verder lezen.
Namen geven
“De HEERE God vormde uit de aardbodem alle dieren van het veld en alle vogels in de lucht, en bracht die bij Adam om te zien hoe hij ze noemen zou; en zoals Adam elk levend wezen noemen zou, zo zou zijn naam zijn. Zo gaf Adam namen aan al het vee en aan de vogels in de lucht en aan alle dieren van het veld;” Genesis 2:19-20a
Vaak denken we, zeker degenen die opgegroeid zijn als christenen of die zelf hun kinderen eruit voorlezen, hierbij aan een soort kinderbijbelachtige taferelen van een lange rij dieren die Adam een voor een aftikt. Maar in de cultuur van die tijd was een naam geven niet er simpelweg een labeltje op plakken. Daarom lezen we in de Bijbel zo vaak de formule “en hij noemde hem/haar …, omdat…“2
Een naam geven had een reden, er moest over nagedacht worden. Adam moest tijd doorbrengen, het dier observeren, ontdekken wat zijn eigenschappen waren, wat hij at, hoe hij zich gedroeg, etc. En dan pas zou er een naam komen. En zo kon Adam er dus ook voor zorgen dat de eerder besproken eigenschappen van de heerschappij vervuld konden worden.
Rentmeesterschap
Omdat het concept van heerschappij in deze verzen zo vaak verkeerd gebruikt wordt en te verduidelijken wat er nou eigenlijk bedoeld wordt, is men in de theologie al eeuwen geleden het concept van rentmeesterschap hiervoor gaan gebruiken. Dit geeft een heel andere lading aan de tekst.
Zo zegt Johannes Calvijn hierover in zijn commentaar op dit vers:
“Zal echter onder ons die spaarzaamheid en vlijt ten opzichte van de goederen, die God ons te genieten gaf, heerschen, dan moet elk bedenken, dat hij over alles wat hij bezit, de rentmeester Gods is. Zoo zal het gebeuren dat hij zich niet lichtzinnig gedraagt, noch door misbruik bederft, hetgeen God wil, dat bewaard worde.“3
De heerschappij van de mens is niet bedoeld als absolute heerschappij, maar als een rentmeester die verantwoordelijk is voor een deel van het bezit van zijn Heer.
Dit zien we ook terug in de gelijkenis van de talenten, in Mattheus 25:14-30
Want het is als iemand die naar het buitenland ging, zijn eigen dienaren bij zich riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde.
En aan de één gaf hij vijf talenten, aan de ander twee en aan de derde één, ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde meteen weg.
Hij die de vijf talenten ontvangen had, ging weg en handelde daarmee en hij verdiende vijf andere talenten erbij. Evenzo verdiende degene die de twee talenten ontvangen had, er nog twee bij.
Maar hij die het ene ontvangen had, ging weg en groef een gat in de grond en verborg het geld van zijn heer.
Na lange tijd kwam de heer van die dienaren terug en hield afrekening met hen. En degene die de vijf talenten ontvangen had, kwam en bracht nog vijf talenten bij hem, en hij zei: Heer, vijf talenten hebt u mij gegeven; zie, nog vijf talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.
En degene die de twee talenten ontvangen had, kwam ook naar hem toe en zei: Heer, twee talenten hebt u mij gegeven, zie, twee andere talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn heer zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.
Maar hij die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zei: Heer, ik wist dat u een streng man bent, omdat u maait waar u niet gezaaid hebt, en inzamelt van de plaats waar u niet gestrooid hebt. En ik ben bevreesd weggegaan en heb uw talent verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe.
Maar zijn heer antwoordde en zei tegen hem: Slechte en luie dienaar, u wist dat ik maai waar ik niet gezaaid heb en van de plaats inzamel waar ik niet gestrooid heb. Dan had u mijn geld aan de bankiers moeten geven, en ik zou bij mijn komst het mijne met rente teruggekregen hebben. Neem daarom het talent van hem af en geef het aan hem die de tien talenten heeft.
Want ieder die heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van hem die niet heeft, van hem zal afgenomen worden ook wat hij heeft. En werp de onnutte dienaar uit in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.
Omdat de tekst spreekt over talenten wordt het in de kerk vaak direct met onze talenten als persoon verbonden, maar wat de Heer ons heeft toevertrouwd is natuurlijk veel groter dan dat. Ik denk dat we hier zeker ook aan de eerste geboden die God ons gegeven heeft moeten denken. Wat we doen met de schepping, met onze medeschepselen, is van uiterst belang voor de uiteindelijke Heer, en aan Hem leggen we rekenschap af van wat wij met de talenten die Hij ons geeft gedaan hebben.
James K.A. Smith beschrijft dit erg mooi in zijn boek Je bent wat je lief hebt:
“De Bijbelse leer van de schepping gaat niet alleen over waar we vandaan komen, maar over waar we zijn. Het gaat er niet slechts om wie we zijn, maar van wie we zijn. Het is niet slechts een uitspraak over ons verleden, het is een roeping voor de toekomst. We hangen maar niet wat rond in een anonieme kosmos, we zijn hier thuis. We leven in de wereld van God. Het is niet maar ‘natuur’; het is de schepping. En die is ‘zeer goed’ (Gen. 1:31). De materiële schepping is niet maar een omweg onderweg naar ons hemelse bestaan. Het is de zeer goede verblijfplaats die door onze hemelse Vader is geschapen. De schepping is geen nare, betreurenswaardige vergissing van Gods kant. Het is het product van zijn liefde.”4
Conclusie
Het idee dat we heerschappij hebben over de dieren en we zodoende vrij staan om met ze te doen zoals we willen is dus mijns inziens niet te verdedigen. We hebben de heerschappij gekregen en dat betekent een verantwoordelijkheid, niet een recht. Het feit dat er zoveel dieren lijden, dat er steeds meer soorten uitsterven, dat de leefgebieden en het voedsel van vele andere soorten dagelijks vernietigd worden om in onze wensen voor vlees te voorzien is een breuk van het gebod en niet het vervullen daarvan.
Dus wil ik eindigen met een citaat van Matthew Scully, dat wel vaker terug zal komen, omdat het een deel van mijn filosofie voor deze site weergeeft:
The skeptical reader can write me off as misguided, if not mad. I am betting that in the Book of Life “He had mercy on the creatures” is going to count for more than “He ate well.”5
- Ik gebruik voor de bijbelverzen de Herziene Statenvertaling. ↩︎
- Bijvoorbeeld Genesis 3:20, Genesis 4:25, maar zelfs in Genesis 16:13, waar Hagar de God die tot haar sprak een naam gaf. ↩︎
- Johannes Calvijn, Calvijn over Genesis 1-3, pag. 69; (Vlaardingen: Uitgeverij Bolland, 1968). ↩︎
- James K.A. Smith, Je bent wat je lief hebt, pag. 186; (Utrecht: KokBoekencentrum Uitgevers, 2019). ↩︎
- Matthew Scully, Dominion, pag. 45; (London: Souvenir Press, 2002). ↩︎
- De wereld is bos
- Kerst, morele verbeelding en ruimte maken
- Flowers for Algernon – Wat we vergeten als we alleen naar Charlie kijken
- De zeven N’en van christelijke vleeseters – Nomos
- Sint Hubertus — de heilige die de jacht afzwoer


Helder uitgelegd en daagt uit tot nadenken!
[…] het verleden heb ik al eens een artikel over de heerschappij van Genesis 1 gepubliceerd (zie hier), dus ik zal er hier niet uitgebreid op ingaan, maar het idee van deze Bijbeltekst gaat mijns […]