- Introductie
- Dickens: geesten die ons confronteren
- Geen plaats behalve bij de dieren
- Dostojewski: het visioen dat alles verandert
- Morele ambitie en het dier als ‘gij’
- Kerst als oefening in ruimte maken
- Voetnoten
Kerst is bij uitstek het feest van het verhaal. Niet alleen het evangelieverhaal zelf1, maar ook de vele verhalen die ons in deze tijd begeleiden2, en ons iets laten zien van wie we zijn en wie we zouden kunnen worden. Verhalen kunnen ons troosten, maar ze kunnen ons ook ontregelen. Ze tonen ideaalbeelden en beelden van verval, en juist die spanning kan ons moreel wakker schudden.
Introductie
In deze kersttijd wil ik twee klassieke verhalen bespreken: A Christmas Carol3 van Charles Dickens en Dream of a Ridiculous Man4 van Dostojewski. Beide verhalen werken met dromen of visioenen en ‘andere werkelijkheden’ om de hoofdpersoon (en de lezer) te veranderen. Vanuit die literaire omweg komen we uit bij het kerstverhaal zelf: het Kind in de kribbe, voor wie geen plaats was onder de mensen, maar wel bij de dieren. En uiteindelijk bij de vragen die ons aangaan: is er nog ruimte voor dieren om werkelijk te bestaan en zijn wij bereid die ruimte te maken? En is er ruimte voor de dieren in ons geloof?
Aan het begin van de film Love Actually5 is er een scene waar een meisje thuis komt met het geweldige nieuws dat ze een rol heeft in het kerststal stuk op school. De moeder vraagt enthousiast welke rol het is, waarop het meisje antwoord dat ze de rol van Kreeft gekregen, en niet zo maar een kreeft, nee, ‘Kreeft 1’! Dus vraagt de moeder verbaasd of er meerdere kreeften in de stal waren toen Jezus geboren werd. “Duhh” is het antwoord van het meisje. (zie de scene hier)6

Dickens: geesten die ons confronteren
In het welbekende A Christmas Carol wordt Ebenezer Scrooge bezocht door drie geesten. Zij tonen hem zijn verleden, zijn heden en een mogelijke toekomst. Dickens gebruikt hier geen abstracte moraal, maar beelden: een vereenzaamde oude man, arme en verwaarloosde kinderen, een graf zonder rouwenden. Het is niet de argumentatie die Scrooge verandert, maar de verbeelding. Hij ziet waar zijn levenshouding toe leidt.
Zoals een van de geesten het stelt:
“I wear the chain I forged in life,” replied the Ghost. “I made it link by link, and yard by yard; I girded it on of my own free will, and of my own free will I wore it.”
De geesten zijn geen vriendelijke decoratie in het verhaal. Ze zijn confronterend en dwingen Scrooge te erkennen dat zijn manier van leven anderen schaadt en hemzelf ontmenselijkt. Pas wanneer hij zich laat raken door die beelden, ontstaat er ruimte voor verandering, voor vrijgevigheid, voor verbondenheid.
Voor ons kunnen ‘geesten’ vandaag een vergelijkbare rol spelen. Wat laten ze ons zien als we kijken naar onze omgang met dieren? Naar een wereld waarin miljarden dieren gereduceerd zijn tot productiemiddelen? Naar een toekomst waarin ecosystemen instorten en soorten verdwijnen? De vraag van Dickens is ook de onze: willen we de toekomst die we veroorzaken onder ogen zien en wat doet dat met ons?

Geen plaats behalve bij de dieren
Het kerstverhaal zelf is misschien wel het meest ontregelende verhaal van allemaal. De Zoon van God komt niet ter wereld in een paleis, niet eens in een huis, maar in een stal. “Er was voor hen geen plaats in de herberg.”7 Dat detail horen we zo vaak dat we het bijna niet meer voelen hoe pijnlijk dit is.
Er was geen plaats voor Hem onder de mensen.
Maar er was wel plaats onder de dieren.
Dat is geen sentimenteel detail, maar een theologisch geladen beeld. Het wijst op een wereld die zo vol is van zichzelf, zo vol van macht, orde en efficiëntie, dat zij geen ruimte heeft voor de kwetsbaarheid van het kerstverhaal. Maar de dieren, vaak zelf kwetsbaar en weerloos, delen wél hun ruimte.

Kerst stelt ons daarom een ongemakkelijke vraag: vindt Christus vandaag wel plaats bij ons?
Maar we kunnen de vraagstelling ook omkeren: is er bij ons nog plaats voor dieren, niet als gebruiksobjecten, maar als medeschepselen?
En verder: zal er in de toekomst nog ruimte zijn voor dieren om zichzelf te zijn, om hun eigen leven te leven, los van onze exploitatie?
Ik heb hier al eens eerder een uitgebreide post over geschreven maar denk bijvoorbeeld eens aan de volgende statistieken:
- 83% van alle wilde dieren zijn inmiddels verdwenen. En van de biomassa van de overgebleven zoogdieren op het land (wereldwijd) zijn nog maar 4% wilde dieren, 36% zijn mensen en de andere 60% is vee dat wordt geëxploiteerd door ons als mensheid.8
- het gewicht van alle vleeskippen op aarde weegt meer dan van andere vogels bij elkaar opgeteld.9
Dit zijn dus vragen die directe impact op onze levensstijl hebben.
Later in de film Love Actually krijgen we de kersstal scene op school te zien, en inderdaad er zijn wel drie kreeften, een walvis en pinguïns aanwezig (en zelfs een Spiderman). Daar kunnen we natuurlijk vanuit een historisch of theologisch perspectief een heleboel van vinden, maar is het eigenlijk niet een prachtige manier om ons na te doen denken en ons te verbazen over hoe de rest van de schepping de Schepper wel ontving terwijl wij dit wonder zo vaak aan ons voorbij laten gaan?
Het doet me denken aan het prachtige schilderij van Josh Tiessen:

Dostojewski: het visioen dat alles verandert
In Dream of a Ridiculous Man krijgt de hoofdpersoon een droom die zijn hele leven omkeert. Hij ziet een onbedorven aarde, een wereld waarin mensen leven in onschuld, verbondenheid en liefde, in Bijbelse termen: het scheppingsbeeld van vóór de zondeval. Wanneer hij ontwaakt, kan hij niet meer verder leven zoals voorheen. Het visioen heeft hem veranderd; hij voelt zich geroepen om te getuigen, om te handelen, hoe belachelijk hij ook gevonden wordt.
“I saw the truth, I saw and I know that people can be beautiful and happy without losing the ability to live on earth. I will not and cannot believe that evil is the normal condition of people.”
Het bijzondere aan Dostojewski’s verhaal is dat het morele appèl niet voortkomt uit schuld, maar uit verlangen. Hij heeft iets gezien van hoe het bedoeld is. Dat ideaalbeeld trekt aan hem en laat hem niet meer los.
Is het beeld van de Zoon van God, liggend tussen de dieren, niet zo’n visioen? Een beeld dat ons laat zien hoe nabij God wil zijn aan al wat leeft? Een beeld dat ons tegelijk veroordeelt, maar ook uitnodigt tot een grotere morele verbeelding en ambitie?

Morele ambitie en het dier als ‘gij’
De schrijver Rutger Bregman spreekt over morele ambitie10: de moed om niet alleen het goede te willen, maar het ook daadwerkelijk te doen. Niet tevreden zijn met kleine symbolische gebaren, maar je leven richten op het verminderen van lijden en het vergroten van rechtvaardigheid. Want zoals Dickens het zegt:
“No space of regret can make amends for one life’s opportunity misused”
Als we werkelijk stil staan bij het lijden dat we als mensen veroorzaken in de wereld om ons heen dan wordt het een morele verplichting actie te ondernemen. Bij het zien van de werkelijkheid roepen de geesten ons op om de dieren niet meer als objecten, maar als subjecten te zien, die daadwerkelijk kunnen lijden.
In het denken over dieren sluit dit aan bij de ideeën van Matthijs Schouten en Martin Buber. Buber maakt het onderscheid tussen de Ik-Het-relatie en de Ik-Gij-relatie. In de eerste reduceren we de ander tot object; in de tweede ontmoeten we de ander als iemand. Schouten past dit denken toe op onze relatie met dieren en de natuur: pas wanneer wij het dier als ‘gij’ leren zien, trekken wij ons zijn lot aan.
Het boek Ich und Du (“Ik en gij”)11 van Martin Buber, een chassidisch-joodse filosoof, gaat hierover. Buber wordt de filosoof van de wederkerigheid genoemd: tussen mens en God, tussen mens en mens, en tussen mens en natuur. Hij begint zijn boek met: “Ik bekijk een boom.” En dan beschrijft hij verschillende manieren waarop hij die boom kan zien. Als een steile pijler waar licht tegenop botst, en als uiteenspattend groen waar licht doorheen valt; als beweging: een proces van sapstromen; als uiting van natuurwetten of van stoffen die met elkaar mengen en van elkaar scheiden. Ik kan de boom indelen bij een soort en als exemplaar observeren naar bouw en naar levenswijze, en, zegt hij: ik kan de boom zelfs reduceren tot een mathematische formule, een zuivere getalsverhouding. Maar zo gaat hij verder in dat alles blijft de boom mijn object en heeft hij zijn plaats en tijd, zijn aard en gesteldheid. En dan komt hij met een magistrale zin: “Het kan echter ook geschieden, tegelijk uit wil en genade, dat ik bij het bekijken van de boom in een relatie ermee wordt opgenomen en dan is hij geen Het meer.” De boom is dan niet langer een ding, een object, maar wordt een subject.12
Zo’n levenshouding is een oefening in morele ambitie. Te weigeren om dieren te blijven zien als ‘het’. Het is ruimte maken voor ontmoeting, voor medeschepselijkheid13, voor een manier van leven die het kerstbeeld serieus neemt.
Kerst als oefening in ruimte maken
Kerst vraagt niet alleen om ontroering, maar om navolging. Het beeld van de kribbe nodigt ons uit om ruimte te maken: in ons denken, in onze gewoonten, in onze keuzes. Ruimte voor een God die zich klein maakt. Ruimte voor dieren die geen stem hebben in onze economie. Ruimte voor een toekomst waarin samenleven belangrijker is dan (be)heersen.
Misschien hebben wij, net als Scrooge, geesten nodig die ons confronteren. Kijk eens op de pagina over documentaires op deze site, maar wees gewaarschuwd, het zou zomaar als geest kunnen werken!14 Of misschien hebben wij, net als de belachelijke man van Dostojewski, een visioen nodig dat ons niet meer loslaat. Het kerstverhaal reikt ons zo’n visioen aan: een God die kiest voor nabijheid, voor kwetsbaarheid, met het leven in al zijn vormen.
De vraag is niet alleen of er plaats voor Hem is.
De vraag is ook: durven wij plaats te maken voor Hem, en net als Hij voor al het leven, en wat veranderd er dan?
Voetnoten
- Mattheus 1 en 2, Lukas 1 en 2 ↩︎
- Wist je dat de kerststal door Sint Franciscus van Assisi is bedacht? Of ken je het verhaal achter de adventskrans? Leuke onderwerpen om deze kerstdagen in te duiken! ↩︎
- Charles Dickens, A Christmas Carol, 1843 ↩︎
- Fjodor Dostojewski, The Dream of a Ridiculous Man, 1877 ↩︎
- Richard Curtis, Love Actually, 2003 ↩︎
- Dit artikel is deels geïnspireerd door een aflevering van de podcast Vegan Theology. Zie hier ↩︎
- Lukas 2:7 ↩︎
- The biomass distribution on Earth | PNAS ↩︎
- #49 De ontplofte kip. Dirk-Jan Verdonk over de opkomst van de vleeskip – Studio Plantaardig, zie ook zijn boek De Ontplofte Kip ↩︎
- Rutger Bregman, Morele Ambitie, De Correspondent, 2024 ↩︎
- Martin Buber, Ik en Gij, Bijleveld, 1985 ↩︎
- Elke van Riel, Anders kijken: Matthijs Schouten over partnerschap met de natuur, Noordboek, 2025, p. 113 ↩︎
- Zoals Hans Bouma het zo mooi noemt in het voorwoord van Dier & Evangelie ↩︎
- Lees op de ‘Over mij’ pagina ook over de invloed die deze documentaires op mij gehad hebben: Over mij – Christen en Vegan ↩︎

