In The Word for World is Forest (1972) beschrijft Ursula K. Le Guin een planeet die volledig bedekt is met bos: Athshe. Voor de oorspronkelijke bewoners is het bos geen omgeving, maar hun hele werkelijkheid. Hun taal kent geen onderscheid tussen “wereld” en “bos”, het is hetzelfde woord.

De mensen van de aarde (Terranen in het boek), die de planeet koloniseren, zien dat heel anders. Voor hen is het bos hout. Grondstof. Economisch potentieel. En de bewoners? Die worden niet gezien als volwaardige personen, maar als middelen, als arbeidskrachten die onderworpen kunnen worden.

De roman volgt onder andere Selver, een Athsheaan (in het boek worden ze denigrerend ‘creechie’ genoemd) die geconfronteerd wordt met het geweld van de kolonisten en uiteindelijk zelf geweld leert gebruiken. Daarmee wordt hij, tragisch genoeg, een brug tussen twee werelden, een drager van iets wat zijn eigen cultuur nooit heeft gekend.

Le Guin schreef dit boek in de context van de Vietnamoorlog, en dat is voelbaar. Maar de thematiek reikt verder: het gaat over hoe wij kijken naar de ander, naar andere schepselen, naar de natuur, God’s schepping, en uiteindelijk naar God zelf.

Wie is mijn naaste? Over soorten, macht en morele grenzen

Wat het boek zo confronterend maakt, is niet alleen het geweld, maar de rechtvaardiging ervan.

De menselijke kolonisten zien de Athsheanen niet als “mensen”, zelfs al zijn het in dit geval wel humanoiden. En precies omdat het geen mensen zijn, zo redeneren ze, gelden morele regels niet. Wat overblijft is pure macht. Het doet denken aan de duistere perioden van de geschiedenis, zoals bijvoorbeeld de slavernij, de kolonisatie en de behandeling van vrouwen door de eeuwen heen. Maar ook de huidige omgang met andere soorten die geen mensen zijn, en zodoende voor veel mensen buiten de morele cirkel vallen.

Hier raakt Le Guin aan een diep bijbels thema: de vraag naar de reikwijdte van naastenliefde.

Wanneer Jezus in het Evangelie volgens Lukas1 de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan vertelt, wordt één ding duidelijk: de vraag is niet wie mijn naaste is, maar of ik mij als naaste gedraag.

Dit perspectief schuurt. Want hoe vaak maken wij vandaag dezelfde beweging als de kolonisten?

Als we het over een andere omgang met dieren hebben dan hoor je vaak argumenten als:

  • dieren zijn “anders”
  • dus hun belangen tellen minder
  • dus hun lijden is toegestaan

De parallel met Athshe is ongemakkelijk duidelijk.

Theologisch gezien is dit problematisch. In Genesis 1 krijgt de mens weliswaar “heerschappij”2, maar deze wordt ingekaderd door het beeld van God3 (imago Dei). Zoals theologen als Andrew Linzey betogen, betekent dit geen recht tot exploitatie, maar een roeping tot zorg die lijkt op Gods zorg (theos-referential ethics)4.

Met andere woorden: heerschappij wordt in de Bijbel nooit los gezien van verantwoordelijkheid voor de kwetsbare. Erger nog, bijna het hele Oude Testament is een beschrijving van de gevolgen van de mens die zich niet houd aan de kaders van zijn relatie tot mens, dier en natuur.

En dat zien we ook in teksten zoals:

  • “De rechtvaardige kent het leven van zijn dier”5
  • “Heer, U bent de Redder van mens en dier”6

De kolonisten op Athshe handelen precies tegenovergesteld:

  • ze ontkennen verwantschap
  • ze ontkennen kwetsbaarheid
  • en daardoor rechtvaardigen ze geweld

Wat Selver, de ‘creechie’ die het gebruik van geweld heeft leren kennen, vervolgens ontdekt, is misschien nog schrijnender: geweld stopt niet bij de ander. Het verandert ook jezelf .

“De wereld is bos”: schepping als gave, niet als bezit

De titel van het boek is fascinerend: The Word for World is Forest.

Voor de Athsheanen is dit werkelijkheid. Hun identiteit, spiritualiteit en dagelijks leven zijn volledig verweven met het bos. Ze kunnen zich geen wereld zonder bos voorstellen, totdat de terranen grote delen van hun leef- en belevingswereld beginnen te vernietigen om hout naar de aarde te brengen waar de mensheid de natuurlijke grondstoffen opgebruikt heeft.

De kolonisten leven vanuit de fundamentele scheidingen, of dichotomieën die onze maatschappij ruim 50 jaar later nog steeds kenmerken:

  • mens vs. natuur
  • cultuur vs. schepping
  • subject vs. object

Deze scheidingen zijn echter ook theologisch problematisch.

In de Bijbel wordt de mens namelijk nooit los gezien van de aarde, maar is hij er deel van:

  • Adam is gevormd uit adamah (aarde, rode grond)7
  • De mens is stof, en keert tot stof terug8

Zoals theoloog Norman Wirzba schrijft, is de mens een “creature of soil”9. Of, zoals Dave Bookless het zegt, zou je Adam ook ‘Stoffel’ of ‘aardbewoner’ kunnen noemen.10 Wij bestaan niet ondanks de natuur, maar dankzij haar.

De titel van Le Guin herinnert ons aan iets wat wij zijn vergeten:

de wereld is geen decor of grondstoffen, maar een gemeenschap van leven11 waarvan wij deel uitmaken.

En de implicaties daarvan zijn duidelijk: het leven en de schepping zijn geen bezit, maar een gave. En een gave vraagt om dankbaarheid, niet om uitputting of misbruik van anderen.

Zoals David het scherp zegt in de Psalmen:

“De aarde is van de HEER en alles wat daar leeft12.”

Wanneer wij doen alsof de wereld van ons is, herhalen we de zonde van toe-eigening, een echo van wat in Genesis 3 gebeurt, nemen in plaats van ontvangen, denken dat we God zijn.

In het boek handelen de mensen alsof ze goden zijn, die kunnen doen en laten als ze willen. In het verhaal komt echter ook het idee van de ‘screechies’ over wat het betekent om als God te worden. Ten eerste is dat iets nieuws in de wereld brengen (scheppen), en ten tweede is de ‘goddelijke screechie’ genadig en veroordeeld hij de mens op een zeker moment van het boek slechts tot het leven met de gevolgen van zijn eigen destructieve gedrag.

In Le Guin’s verhaal zien we waar de mens die denkt dat hij God is toe leidt:

  • ontbossing
  • geweld
  • misbruik
  • vervreemding

En uiteindelijk: verlies van de wereld en van onszelf.

In onze tijd, ruim 50 jaar nadat dit boek uitkwam, is dit alles echter geen fictie meer. Rapporten van het IPCC13 laten zien hoe ontbossing en exploitatie bijdragen aan klimaatverandering en ecologische instorting, en denk losgeslagen miljardairs over mogelijkheden om andere planeten te gaan exploiteren.

De vraag die het boek ons stelt is daarom pijnlijk actueel: wat gebeurt er als wij vergeten dat “de wereld bos is”?

Bekering: van overheersing naar verbondenheid

Misschien is de meest christelijke manier om dit boek te lezen wel als een oproep tot bekering. Niet alleen een persoonlijke ommekeer, maar ook een culturele en maatschappelijke verandering.

Bekering betekent in de Bijbel niet alleen schuld erkennen, en ons anders gedragen maar ook anders leren kijken:

  • de ander niet langer als object zien
  • de schepping niet langer als voorraadkast
  • macht en heerschappij niet langer als recht, maar als verantwoordelijkheid

In dat licht krijgt christelijk veganisme een diepere betekenis. Het is niet alleen een ethische keuze, maar een poging om onze morele cirkel te verruimen, geweld te verminderen en weer te leven als onderdeel van Gods schepping.

Le Guin geeft ons geen simpele oplossing. Selver’s verhaal laat juist zien hoe moeilijk het is om geweld te ontleren wanneer het eenmaal de wereld is binnengekomen.

Maar misschien begint het met iets eenvoudigs maar tegelijk radicaals: leren zeggen dat de wereld geen bezit is, maar bos.


Bronnen

  1. Lukas 10:25-37 ↩︎
  2. Gen. 1:26 ↩︎
  3. Gen. 1:27-30, Gen. 2:15 ↩︎
  4. Andrew Linzey, Animal Theology, 1994 ↩︎
  5. Spreuken 12:10 ↩︎
  6. Psalm 36:6 ↩︎
  7. Genesis 2:7 ↩︎
  8. Genesis 3:19 ↩︎
  9. Norman Wirzba, From Nature to Creation, 2015 ↩︎
  10. Dave Bookless, Het groene hart van het geloof, 2019 ↩︎
  11. Matthijs Schouten in de documentaire Gemeenschap van Leven ↩︎
  12. Psalm 24:1 ↩︎
  13. Sixth Assessment Report — IPCC ↩︎

Door Tijs

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *