Wie Flowers for Algernon1 leest, voelt het lijden van Charlie van dichtbij. Zijn hoop, zijn groei, de tragische verval, het snijdt door je ziel heen. Maar er is één personage dat meestal toch wat in de schaduw blijft: de muis Algernon.
Ironisch genoeg is het juist Charlie, de man die in eerste instantie als “minder” werd gezien, die het lijden van Algernon het scherpst ziet. Waar de wetenschappers kijken naar grafieken en statistiek, ziet Charlie een levend wezen dat in de war is, gestrest, uitgeput.
“I wanted to race some more but Burt said thats enough for one day. He let me hold Algernon for a minit. Algernon is a nice mouse. Soft like cotton. He blinks and when he opens his eyes their black and pink on the eges.
asked can I feed him because I felt bad to beat him and I wanted to be nice and make frends. Burt said no Algernon is a very speshul mouse with an operashun like mine. He was the first of all the animals to stay smart so long and he said that Algernon is so smart he has to solve a problem with a lock that changes every time he goes in to eat so he has to lern something new to get his food. That made me sad because if he couldnt lern he woudnt be able to eat and he would be hungry.
I dont think its right to make you pass a test to eat. How woud Burt like to have to pass a test every time he wants to eat. I think Ill be frends with Algernon”2
Al gauw merkt Charlie meer en meer dat hijzelf ook vooral als een proefdier gezien wordt. En dat de rol van Algernon steeds kleiner wordt. Een dier dat eerst een “succesverhaal” was, en daarna gewoon… overbodig.
“If I didn’t understand what was happening at the time, he says, then it doesn’t matter. I’m no more to blame than the knife is to blame in a stabbing, or the car in a collision.
‘But I’m not an inanimate object,’ I argued. ‘I’m a person.”
He looked confused for a moment and then laughed. ‘Of course, Charlie. But I wasn’t referring to now. I meant before the operation.’
Smug, pompous – I felt like hitting him too. ‘I was a person before the operation. In case you forgot―’
Yes, of course, Charlie. Don’t misunderstand. But it was different…’ And then he remembered that he had to check some charts in the lab.”3
En even later:
It may sound like ingratitude, but that is one of the things that I resent here the attitude that I am a guinea pig.4
Die ene zin vangt Charlies hele tragiek, maar tussen de regels door ook die van Algernon: gebruikt worden als middel, maar nooit erkend worden als doel op zichzelf, en nooit erkend als wat ze zijn: levende, voelende en emotionele individuen.

De arrogante aap in ons
In De arrogante aap – De mythe van de superieure mens beschrijft Christine E. Webb hoe hardnekkig wij mensen onszelf boven de rest van de schepping plaatsen. We vinden onszelf “meer waard” dan andere soorten, vooral omdat we onszelf slimmer achten. Maar dat idee is geen neutrale observatie het is een ideologie.
Ook nu nog zien we bij de belangrijkste media en vooraanstaande wetenschappers voorbeelden te over van menselijk exceptionalisme. Let maar eens op hoe vaak de mens wordt afgeschilderd als een zelfstandig, superieur wezen ten opzichte van zijn omgeving, direct dan wel impliciet.5
Precies dat gebeurt in Flowers for Algernon. Algernon is niet “iemand”, maar “iets”. Zijn leven wordt vrijwel alleen in termen van nut beschreven. Zolang zijn prestaties in het doolhof indrukwekkend zijn, krijgt hij aandacht. Zodra iemand anders beter presteert, en zijn prestaties afnemen, wordt hij letterlijk afgeschreven.
Maar vanuit een christelijk perspectief is dat onhoudbaar. Een dier is geen wegwerpartikel, maar een schepsel van God. Dat Charlie geraakt wordt door Algernons lijden, laat zien wat er gebeurt als de arrogante aap in ons even stilvalt en een mededogend mens wakker wordt6.

Zijn we wel slim genoeg om dierlijk lijden te begrijpen?
Frans de Waal stelt in Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn? precies die ongemakkelijke vraag. We meten dierlijke intelligentie meestal langs de menselijke meetlat: kan een dier een trucje dat op ons lijkt? Zo niet, dan zal het wel “dom” zijn.
Maar, zoals de Waal opmerkt in zijn boek, klopt dit beeld totaal niet.
“Er bestaan tal van prachtige cognitieve aanpassingen die wij niet hebben of niet nodig hebben. Daarom is het rangschikken van cognitie langs één dimensie een zinloze oefening. De cognitieve evolutie wordt gekenmerkt door veel hoogtepunten als het om specialisatie gaat. Van iedere soort levert de ecologie de sleutel.”7
Algernon hoeft geen mens te zijn om moreel mee te tellen. Hij hoeft geen taal te spreken, geen wiskunde te doen, geen theologie te bedrijven. Het feit dat hij een voelend wezen is, dat kan lijden, stress kan ervaren, verwarring, angst, is al genoeg om hem serieus te nemen als medeschepsel.
De Waal laat zien hoe dieren emoties, empathie, sociale rechtvaardigheid en probleemoplossend vermogen laten zien, als we maar bereid zijn te kijken. In die zin is Algernon een iconisch personage: hij staat voor miljoenen echte dieren wier innerlijke wereld wij nog niet of nauwelijks willen erkennen juist omdat dat ons morele verplichtingen zou opleggen.

Algernon als symbool voor echte proefdieren
Hoewel Algernon fictief is, is zijn wereld helaas al te echt. Jaarlijks worden wereldwijd talloze dieren gebruikt in laboratoria: muizen, ratten, honden, apen, konijnen, vissen. Ze worden geopereerd, genetisch gemanipuleerd, langdurig opgesloten en vaak gedood zodra het experiment “klaar” is.
En dit alles terwijl de uitkomst vaak bedroevend is. Uit verschillende analyses blijkt dat meer dan 90% van de potentiële medicijnen die veelbelovend lijken in (onder andere) diermodellen, uiteindelijk falen als ze op mensen worden getest.8 Dat wil zeggen: ze zijn niet veilig, of ze werken gewoon niet goed genoeg.
Ook breder in de geneesmiddelontwikkeling wordt genoemd dat slechts een klein percentage van de stoffen die ooit in het lab hoopgevend leken, het uiteindelijk tot een goedgekeurd geneesmiddel schopt. De hoeveelheid dieren die door “de schaduw van de vallei des doods” in het dierenlab gaan voor een medicijn dat nooit het ziekenhuis bereikt is gigantisch.
Met andere woorden: zelfs als we de ethiek even zouden parkeren (wat we als mensen, en zeker als christenen, nooit zouden moeten doen), blijft de vraag: is al dat dierlijk lijden überhaupt zinvol?

Een andere lezing: Algernon is onze naaste
De Bijbel kent geen hiërarchie op basis van IQ. God kiest keer op keer het kleine, het zwakke, het verachte om iets van Zijn hart te laten zien. Dieren zijn in de Schrift geen decorstukken, maar medeschepselen. Ze worden meegenomen in Gods verbond (denk aan Noach), ze worden door God gevoed en gezien, en hun zuchtend meeleven als gebroken schepping wordt benoemd (Romeinen 8).
Als we vanuit dat perspectief naar Algernon kijken, verandert alles. Hij is dan niet “materiaal”, maar een lijdend medeschepsel. En dan worden de vragen pijnlijk scherp:
- Kunnen wij Christus volgen én dieren reduceren tot gebruiksvoorwerp?
- Kunnen wij bidden “Heer, ontferm U” en tegelijk de ogen sluiten voor het lijden in het proefdierenlab?
- Kunnen wij geloven dat God Zijn schepping lief heeft, en toch vele diersoorten opsluiten in laboratoria voor experimenten die in meer dan 9 van de 10 gevallen niet eens tot bruikbare behandelingen leiden?
Charlies ogen openen zich voor Algernon. Misschien mag Flowers for Algernon ook onze ogen openen voor de muizen, ratten, apen en andere dieren in onze eigen tijd.

Van verhaal naar levensstijl
Wat kunnen we met dit alles, praktisch, als christen, veganist of geïnteresseerde in deze thematiek?
- Laat verhalen tot je geweten spreken. Fictie confronteerd ons vaak met vragen die we in het dagelijks leven niet zo bewust tegenkomen (zie hier en hier voorbeelden van andere vraagstukken waarmee fictie ons confronteerd). Zie Charlie en Algernon niet simpelweg als literair motief, maar als voorbeelden van echte, levende en lijdende schepselen.
- Informeer je over alternatieven. Er komen steeds meer mensgerichte, dierloze onderzoeksmodellen: organ-on-a-chip, 3D-humane weefsels, geavanceerde computer- en AI-modellen. Als samenleving kunnen we vragen om beleid en financiering die die kant op bewegen.9
- Getuig. In gesprekken met andere christenen kun je boeken als Flowers for Algernon, De arrogante aap en De Waals werk gebruiken als ingang om te praten over dieren, intelligentie en lijden zonder met een verwijt te beginnen.
- Leef consequent. Vegan leven, dierproefvrije producten kiezen, organisaties steunen die pleiten voor mensgerichte wetenschap, het zijn manieren om voor de Algernons van deze wereld op te staan.10
Als Charlie in het verhaal opkomt voor een kleine witte muis, zou het dan kunnen dat de Geest ons vandaag uitnodigt hetzelfde te doen voor de echte Algernons van onze wereld?

Noten
- Daniel Keyes, Flowers for Algernon. Oorspronkelijk verschenen als kort verhaal in 1959, later uitgebreid tot roman (1966). Het verhaal volgt Charlie Gordon, een man met een laag IQ die dankzij een experimentele operatie tijdelijk een genie wordt; het muisje Algernon onderging dezelfde behandeling eerder. ↩︎
- Daniel Keyes, Flowers for Algernon, p. 25 ↩︎
- Ibid. p. 69 ↩︎
- Ibid, p. 111 ↩︎
- Christine E. Webb, De arrogante aap: De mythe van de superieure mens. De Bezige Bij, 2025, p. 10 ↩︎
- Dit leidt uiteindelijk tot misschien wel de droevigste slotzin van een boek die ik ooit gelezen heb ↩︎
- Frans de Waal, Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn?. Atlas Contact, 2016, p. 20 ↩︎
- Zie bijvoorbeeld Lindsay J. Marshall e.a., “Poor Translatability of Biomedical Research Using Animals – A Narrative Review”. Een narratieve review uit 2023 concludeert dat het faalpercentage bij de vertaling van dierproeven naar werkzame behandelingen voor mensen al decennialang boven de 92% ligt; de meeste mislukkingen komen door onverwachte toxiciteit of gebrek aan werkzaamheid bij mensen. ↩︎
- Laatste nieuws over dierproefvrije alternatieven! – Animal Rights ↩︎
- De Nederlandse Dierproefvrije & Vegan Cosmeticalijst ↩︎

